Integratieve kindertherapie

Sommige kinderen verliezen het vertrouwen in hun eigen capaciteiten en vervallen dan in gedrag dat signalen afgeeft van onvermogen en machteloosheid. Ze trekken zich terug, uiten zich boos of verdrietig, ze zitten op zo'n moment niet lekker in hun vel.
Dat frustreert want je wilt als ouder graag het beste voor je kind.
Soms gebeuren er dingen waartegen je jouw kind had willen beschermen of je kind voelt zich naar zonder dat je als ouder begrijpt wat de reden daarvan is.
Het is dan voor een kind belangrijk om niet te lang “vast te zitten” in een ontwikkelingsfase die een verdere gezonde ontwikkeling in de weg staat.
Dat is moeilijk en als ouder weet je niet altijd hoe je een kind dan kunt begeleiden.

Integratieve kindertherapie kan helpend zijn, het is een laagdrempelige vorm van therapie, voor kinderen van 4 t/m 14 jaar, waarbij het kind de deskundige is.                                                    Het kind staat centraal. 

Er is geen betere methode die vertelt of laat zien waarom een kind doet wat hij doet. Kinderen hebben een goede reden om te doen wat ze doen ! Kinderen weten bewust of onbewust veel, één op één samen met het kind, als de deskundige van zijn probleem begeleid ik het kind. Het kind laat zichzelf en waar het last van heeft op zijn eigen unieke wijze zien. Het kind krijgt zicht op waar hij of zij last van heeft, welke goede reden het daarvoor heeft en kan vanuit zelfvertrouwen en veerkracht zich verder ontwikkelen. Het kind komt vanuit zijn eigen innerlijke wijsheid weer in zijn kracht, welke van belang is om te kunnen gaan met datgene waar het op dat moment last van heeft.

Integratieve kindertherapie is geschikt voor kinderen:

  • met lichamelijke en psychosomatische klachten, zoals buikpijn, hoofdpijn, eczeem;
  • met ontwikkelingsfaseproblematiek, zoals eetproblemen, slaapproblemen, zindelijkheidsproblemen, motorische problemen;
  • met opvallend gedrag, zoals liegen, het hebben van woedeaanvallen, moeite met concentreren, contact maken en/of aandacht vragen;
  • met sociaal-emotionele problemen, zoals angsten, agressief gedrag, verwerking van nare ervaringen als gepest worden, mishandeling of scheiding, trauma/ rouwverwerking, hechtingsproblematiek;
  • met aangeleerde probleemgewoontes, zoals nagelbijten, duimen, haren plukken;
  • met bijzondere eigenschappen zoals hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid;
  • die willen leren omgaan met ADHD, Autisme e.a..

naar boven